Grafheuvels

Grafheuvels (tumuli) zijn kunstmatig opgeworpen heuveltjes waaronder de doden (in uitgeholde bomen) of hun crematieresten (in urnen) begraven zijn. Ze verschijnen in het Neolithicum (2900 – 1700 vC) en bereiken hun hoogtepunt in de Bronstijd (1700 – 700 vC). Behalve dat er nieuwe grafheuvels gemaakt worden, vinden er ook bijzettingen plaats in bestaande grafheuvels.
Veldhoven kent diverse plaatsen met grafheuvels. De bekendste zijn die van Toterfout-Halfmijl, die in 1844 werden opgemerkt door de Westerhovense onderwijzer Petrus Norbertus Panken. Een eeuw later, in de periode 1948-1951, werden door het Biologisch Archeologisch Instituut van de universiteit Groningen 34 grafheuvels onderzocht. De dagelijkse leiding had Willem Glasbergen, die in 1954 promoveerde op een proefschrift over de opgravingen bij Toterfout-Halfmijl. Zestien grafheuvels zijn zo goed mogelijk gerestaureerd, waarvan er vijftien werden gedateerd in de vroege en midden Bronstijd Ze liggen in drie groepen gegroepeerd: Toterfout (4), Groote Aard (7) en Halfmijl (4). Daarnaast is er het afzonderlijke Lambertsbergje, gedateerd in het Neolithicum.
In juni 1963 werden bij de drie groepen bronzen panelen bijgeplaatst die uitleg geven over de inhoud en structuur van de grafheuvels. In 1966 werden de grafheuvels op de lijst van Rijksmonumenten geplaatst.

 

 

 


Ga naar geheimen van veldhoven voor meer informatie over het project.

 

Afbeeldingen

TM87-POI1-Grafheuvels-v1.1.png

TM87-POI1-Grafheuvels-v1.1.png 

Grafheuvels